vlvo

Antwoord minister M-decreet

Geachte mevrouw Baelmans,

Aansluitend op ons vorig mailcontact ontving ik verduidelijking op uw bericht van 29 januari jl.

Met de waarborgregeling konden slechts een beperkt aantal scholen voor gewoon onderwijs ondersteund worden. Daarom werden de middelen, samen met deze van het GON en ION en een extra budget geïntegreerd in het ondersteuningsmodel.

Het operationaliseren van een nieuwe manier van ondersteunen vraagt tijd en lokale nieuwe werkingsprocedures en -principes. Het is zaak van alle betrokkenen om die procedures zo tijdsefficiënt mogelijk te laten verlopen. Snelle ondersteuning start in de gewone school die samen met de ouders en het CLB de ondersteuningsvragen zo concreet mogelijk omschrijft. De basis daarvoor ligt al in het handelingsgericht diagnostisch traject dat doorlopen wordt om een goede analyse te maken van de onderwijsbehoeften van de leerling en de ondersteuningsbehoeften van de leraar en het team. Die ondersteuningsvragen worden dan gecommuniceerd naar de scholen voor buitengewoon onderwijs. Dat kan rechtstreeks voor ondersteuning voor leerlingen met een attestering voor type 2, 4, 6 en 7 of via het ondersteuningsnetwerk voor ondersteuningsvragen rond de andere types (basisaanbod, 3 en 9). Ondersteuningsnetwerken hanteren daarbij verschillende werkwijzen, dat is hun autonomie. Zoals het ook hun verantwoordelijkheid is om CLB en PBD bij hun werking te betrekken.

Het ondersteuningsnetwerk komt inderdaad niet tussen op het niveau van de basiszorg en verhoogde zorg. Het is de verantwoordelijkheid van de gewone school om daar vorm aan te geven en die fasen van het zorgcontinuüm kwaliteitsvol uit te bouwen. Ze kunnen daarvoor een beroep doen op het CLB en de PBD. Ook al zijn de middelen voor het ondersteuningsmodel vergeleken met de periode van GON/ION verdubbeld (van 63 miljoen euro naar 120 miljoen euro), zou een aanwending op alle zorgniveaus voor een nog grotere versnippering zorgen terwijl de ondersteuningsvragen voor leerlingen met een gemotiveerd verslag en verslag ook beantwoord moeten worden.

In verband met de overgang van het buitengewoon basisonderwijs naar gewoon secundair onderwijs is het aan de school voor buitengewoon basisonderwijs en het begeleidend CLB om te beoordelen of een leerling kan overgaan zonder nieuwe attestering omdat het kind bv. terug aansluiting kan vinden bij het gemeenschappelijk curriculum. Indien toch nog ondersteuning nodig is, kan naargelang de situatie een gemotiveerd verslag of verslag worden opgemaakt.

Voor de ondersteuning van leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag type 2, 4, 6 en 7 is een nieuwe regeling in voorbereiding waarbij voor leerlingen met een verslag een gelijke omkadering wordt voorzien zoals in het buitengewoon onderwijs. Op die wijze komen we tegemoet en worden er condities gecreëerd in het gewoon onderwijs die moeten toelaten kwaliteitsvolle inclusieve onderwijstrajecten op basis van een IAC aan te bieden.

Op het vlak van communicatie zet de overheid in op structureel overleg met ouder- en belangenorganisaties en op toegankelijke informatie via de website. Ouderorganisaties kunnen bij de opmaak van eigen doelgroepspecifieke informatie steeds een beroep doen op het ministerie voor ondersteuning.

De verdere implementatie van het ondersteuningsmodel wordt opgevolgd en bijgestuurd waar nodig. Een terugkeer naar de vroegere waarborgregeling is geen beleidskeuze meer.

Met vriendelijke groeten,

Rik Misseeuw

Privésecretaris

Kabinet Hilde Crevits,

Viceminister-president van de Vlaamse regering Vlaams minister van Onderwijs

Consciencegebouw

Koning Albert II-laan 15

1210  Brussel